Blog

Friday, 05 March 2021
Onderzoek naar potentie forensische methodiek voor FSC chain of custody.

Als student van de masters Sustainable Business & Innovation (Universiteit Utrecht) en Forest & Nature Conservation (Universiteit Wageningen), heb ik het afgelopen half jaar bij FSC Nederland (digitaal) op de werkvloer mogen lopen. Het doel van mijn opleidingen was voor mij om bij te dragen aan natuurbescherming maar daarbij ook oog te hebben voor de business kant van het verhaal. En wat een kans was het dus om bij FSC Nederland onderzoek te mogen doen; een organisatie die zich met hart en nieren inzet voor het duurzame beheer en het behoud van bossen, mét oog voor de complexiteit van de houtsector.


FSC’s Chain of Custody certificaat staat er voor garant dat een houtproduct afkomstig is uit een duurzaam beheerde FSC concessie, waarbij deze afkomst tijdens elke stap in de handelsketen gecontroleerd is. Hoewel dit systeem internationaal wordt erkent als een zeer gedegen certificeringssysteem, is FSC tegelijkertijd constant bezig om het nog robuuster te maken. Het risico op de instroom van illegaal hout in deze ketens moet immers zo laag mogelijk gehouden worden! Om deze reden heb ik bij FSC Nederland onderzoek gedaan naar het gebruik van forensische methodiek om de afkomst en houtsoort van houtproducten te kunnen bepalen; een onderzoek naar de potentie van DNA en isotoop-analyse voor FSC’s Chain of Custody (CoC) certificering. En ik kan oprecht zeggen: dat is een wonderbaarlijk stukje techniek.

DNA en Isotoop-analyse
Waar bewijs voor afkomst en houtsoort van een product momenteel grotendeels gestoeld is op papierwerk, hebben DNA en isotoop-analyse de potentie om bewijs te leveren aan de hand van eigenschappen van het hout zelf. DNA-analyse is onder het grote publiek bekend: het achterhalen van een dader door het onderzoeken van genetisch materiaal op een crime-scene is een welbekend concept. De toepassing binnen de houtsector is vernieuwend. De technologie heeft de potentie om zowel de houtsoort als de afkomst van een houtproduct te kunnen bepalen; verschillende populaties van houtsoorten kunnen wereldwijd dusdanig van elkaar verschillen dat er aantoonbare verschillen in het DNA kunnen zitten in houtmonsters van een bepaalde boomsoort. Daarnaast hebben verschillende regio’s op aarde van nature een verschillende ratio in isotopen in de bodem en het grondwater isotopen (voornamelijk koolstof, zuurstof en stikstof isotopen). Door de opname van voedingsstoffen en water uit de grond zijn deze ratio’s terug te vinden in het hout van bomen die op deze grond groeien. Dit geeft onderzoekers de mogelijkheid om een houtproduct terug te matchen met een bepaalde regio! Er geldt voor beide technologieën een belangrijke voorwaarde: de aanwezigheid van een omvangrijke hoeveelheid referentie materiaal, samples van boomsoorten uit verschillende gebieden, ofwel een ware houtbibliotheek! Voor FSC omvat een dergelijke collectie idealiter samples van elke verhandelde houtsoort uit elke FSC concessie. Matcht de isotoop-verhouding of het DNA profiel dan niet met referentiemateriaal uit FSC concessies? Dan heeft FSC een onderbouwd vermoeden dat het om niet-FSC hout gaat en kan er een vervolgonderzoek plaatsvinden. In het World Forest ID Project werkt FSC samen met andere partijen aan het opbouwen van de database van referentiemateriaal.


Mijn onderzoek
Tijdens mijn onderzoek heb ik onderzocht hoe deze technologieën passen binnen FSC’s huidige CoC procedures en hier verbetering aan kunnen bieden. En als er potentie bestaat, wat is dan de beste toepassing? Ik sprak hiervoor met meer dan 20 experts binnen de houtsector; van houtexperts, certification bodies, tot NGO’s. Ook onderzocht ik daarbij de mening van FSC-gecertificeerde importeurs zelf: hoe kijken zij aan tegen dergelijke technologieën? De resultaten laten zien dat forensische technologie een stuk hard bewijs voor houtsoort en origine toe kan voegen aan de huidige CoC procedures. Maar: voor grootschalige toepassing zijn de referentie database en de testcapaciteit nog onvoldoende groot. De consensus was dat vervanging van papierwerk door het aanleveren van fysiek DNA of isotoop bewijs nog niet aan de orde is, en dat de technologie puur als toevoeging gezien moet worden aan de huidige systematiek.

Er is mij boven alles duidelijk geworden wat voor positieve technologische ontwikkelingen er plaats vinden in de houtsector, en hoeveel mensen met passie werken aan het behoud van de prachtige bossen op deze aarde. Dat geeft hoop voor de toekomst, en ik zie er naar uit om hier aan bij te dragen!


© Forest Stewardship Council® · FSC® F000222