FSC-certificering van plantages

Binnen FSC gaan er steeds meer stemmen op om onder aangepaste voorwaarden FSC-certificering van plantages toe te staan op gronden waar conversie heeft plaatsgevonden. FSC-certificering kan op deze gronden een positief effect hebben op het herstel van bos en landschap. Aanleiding voor FSC om haar regels met betrekking tot conversie opnieuw tegen het licht te houden.

Huidige positie FSC met betrekking tot conversie
FSC-certificering van plantages waarvoor in het verleden natuurlijk bos is omgezet is niet mogelijk. Preciezer geformuleerd: dit verbod geldt voor gronden waar na november 1994 (de zogenaamde einddatum of cut-off date) natuurlijk bos is omgezet. Hiervoor gelden slechts enkele uitzonderingen (zie FSC Principes & Criteria 6.10):
‘Plantages die zijn aangelegd op gronden waar na november 1994 conversie van natuurlijk bos heeft plaatsgevonden, komen niet in aanmerking voor certificering, behalve wanneer:
a) er duidelijk en voldoende bewijs is dat de organisatie niet direct of indirect verantwoordelijk was voor de omzetting, of
b) de conversie een zeer beperkt deel van het gebied van de beheereenheid betreft (maximaal 5%) en duidelijke, substantiële, aanvullende en lange termijn voordelen heeft voor natuurbehoud.'

Definitie conversie
Conversie is omzetting van bos in ander landgebruik. FSC definieert het als:
Conversie: een blijvende verandering van natuurlijke bosbedekking (natural forest cover) of gebieden met een hoge beschermingswaarde (High Conservation Value Areas), veroorzaakt door menselijke activiteit. (...) De definitie van conversie omvat zowel geleidelijke degradatie als snelle omzetting van bos.

Werkgroep houdt regels met betrekking tot conversie tegen het licht
Een werkgroep met FSC-leden uit de economische, sociale en milieukamer houdt de huidige regels met betrekking tot conversie tegen het licht en stelt een beleidsdocument op hoe ze met conversie wenst om te gaan. De werkgroep heeft de opdracht naar de volgende vragen te kijken:
1) Einddatum 1994 (FSC-certificering plantages): moeten we de FSC-regels met betrekking tot conversie en plantages behouden, afschaffen of wijzigen?
2) Onder welke voorwaarden vinden we conversie acceptabel?
3) Compensatie: welke eisen kunnen we stellen aan compensatie van conversie:
a) herstel van milieuschade en / of behoud van milieuwaarden;
b) herstel van sociale schade.

De werkgroep is een heel eind gekomen, maar wil nog één raadpleging houden
De werkgroep het inmiddels twee versies van het beleidsdocument geschreven en voor commentaar voorgelegd aan FSC-leden en andere betrokkenen. Over veel zaken zijn we het inmiddels eens, behalve over een aantal vragen met betrekking tot:
a. Conversie die plaatsvond na november 1994 en vóór oktober 2020;
b. Conversie die na oktober 2020 plaatsvindt;
c. Al dan niet inzetten van een onafhankelijke partij om milieuschade, sociale schade en compensatie in kaart te brengen.

Twee opmerkingen:
- De einddatum van oktober 2020 die hier genoemd wordt is ‘tijdelijk’: de echte einddatum wordt het moment dat het conversie-beleid wordt goedgekeurd;
- De voorgestelde maatregelen hebben géén betrekking op bos dat nu al FSC-gecertificeerd is.

a. Dilemma 1: Conversie die plaatsvond na november 1994 en vóór oktober 2020
FSC wil certificering van plantages die zijn aangelegd op grond, die na november 1994 nog uit bos bestond, mogelijk maken onder bepaalde voorwaarden. Daarbij wil FSC de organisaties die direct of indirect betrokken zijn geweest bij die conversie pas toegang geven tot certificering als ze de milieu- en sociale schade hebben gecompenseerd (‘remedy procedure’).

Gevreesd wordt dat die directe of indirecte betrokkenheid moeilijk aan te tonen is en dat kwaadwillende bedrijven ‘loopholes’ vinden om onder die (in)directe betrokkenheid uit te komen. Zo wordt bijvoorbeeld de ‘shell company loophole’ onderscheiden waarbij bedrijf X een apart bedrijf opricht met een andere eigenaar die vervolgens het bos omkapt. Bedrijf X zou in dat geval niet of heel moeilijk aantoonbaar betrokken zijn bij conversie. Hoe daarmee omgaan?

Voorstel
Wanneer er aantoonbaar sprake is van (in)directe betrokkenheid bij conversie moet er altijd milieu- en sociaal herstel plaatsvinden. Bovendien komt de betreffende organisatie pas voor FSC-certificering in aanmerking als de organisatie ten minste vijf jaar niet direct of indirect betrokken is geweest bij de conversie.
Nog niet beantwoord is de vraag wat te doen als die betrokkenheid er niet is of niet kan worden aangetoond, en een organisatie wil certificeren op conversiegrond. Moet die organisatie dan toch voor herstel van de (sociale) schade zorgen?

Argumenten tegen verplichte compensatie ongeacht betrokkenheid bij conversie:
• Compensatie maakt FSC minder toegankelijk;
• Is bovendien in tegenspraak met verscheidene internationale normen zoals WWF Deforestation-Free Supply Chains Concepts and Implications.

Argumenten vóór verplichte compensatie ongeacht betrokkenheid bij conversie:
• Organisaties met minder goede bedoelingen mogen niet eenvoudig toegang krijgen tot FSC-certificering (‘loopholes’ zie boven).


b. Dilemma 2: Conversie die na oktober 2020 plaatsvindt
Conversie zal niet stoppen na oktober 2020. Wat moet FSC daarmee? Is FSC-certificering op zulke gronden mogelijk?
FSC heeft al besloten dat organisaties die (in)direct betrokken zijn bij conversie van natuurlijk bos na oktober 2020 sowieso niet in aanmerking komen voor certificering van bos dat wordt aangeplant op die grond.

Wat te doen met bedrijven die niks met de conversie te maken hebben?
Er zijn drie opties:
1. Ja, certificering moet mogelijk zijn zonder enige voorwaarde;
2. Ja, certificering moet mogelijk zijn maar onder voorwaarde dat het bedrijf zorg draagt voor herstel van biodiversiteit en sociaal leed (‘remedy procedure’);
3. Nee, certificering is in geen enkel geval mogelijk.

Voor optie 1 pleit:
• Geen obstakels opwerpen voor certificering;
• Het recht op ontwikkeling is een onvervreemdbaar mensenrecht. Dit recht omvat het recht
op zelfbeschikking en het recht op volledige zeggenschap over natuurlijke rijkdom en hulpbronnen;
• Conversie stopt niet na oktober 2020 en FSC dient een oplossing aan te bieden aan goedwillende bedrijven.

Voor optie 2 pleit:
• Maakt certificering mogelijk;
• Maar doet recht aan internationale verdragen en recht op ontwikkeling.

Voor optie 3 pleit:
• FSC dient bij te dragen aan zero-deforestation en bescherming van biodiversiteit;
• Optie 1 en 2 pakken loophole constructies niet effectief aan en moedigen conversie zelfs aan;
• Optie 3 maakt zaken voor FSC bovendien eenvoudiger.


c. Dilemma 3: Al dan niet inzetten van een onafhankelijke partij om milieuschade en sociale schade en compensatie in kaart te brengen
De vraag is of het in kaart brengen van sociale schade (in overleg met de betrokkenen) 1. door de organisatie zelf mag worden uitgevoerd of 2. dat daarvoor een onafhankelijke, door FSC goedgekeurde partij moet worden ingeschakeld.

Voor optie 1 pleit:
• Bedrijf is hiermee direct betrokken en ‘eigenaar’ van het proces.

Voor optie 2 pleit:
• Betrokkenheid van het bedrijf kan (zeer) intimiderend werken voor de betrokkenen, de mensen die de schade hebben ondervonden.

Tenslotte
De consultatie loopt tot 6 november 2020. De veranderingen in regels m.b.t. conversie betekent ook dat FSC Principes & Criteria (P&C) moeten worden gewijzigd. Dit kan alleen met instemming van de General Assembly (GA). Waarschijnlijk worden de aangepaste P&C tijdens de GA van 2021 ter goedkeuring voorgelegd.

Alle informatie vindt u hier: https://consultation-platform.fsc.org/en/consultations


© Forest Stewardship Council® · FSC® F000222